Algemeen‎ > ‎

Beleidsplan

Beleidsplan van de

Gereformeerde kerk te Kockengen

voor 2012-2017

 

vastgesteld door de kerkenraad op 6 juni 2011
Inleiding

Overeenkomstig ordinantie 4.7.1 heeft de Gereformeerde kerk te Kockengen voor de periode 2012-2017 een beleidsplan opgesteld. Hierin is de huidige gang van zaken beschreven en zijn aandachtspunten en beleidsvoornemens voor de toekomst opgenomen.

 

Opzet

Allereerst formuleren we de kernvisie van de gemeente, waaraan we alle activiteiten kunnen toetsen. Daarna volgen tien werkvelden:

 


  1. Gemeente-zijn   (2)
  2. Eredienst             (4)
  3. Pastoraat             (6)
  4. Catechese            (6)
  5. Diaconaat           (7)
  6. Evangelisatie                                                    (8)
  7. Zending                                                             (9)
  8. Jeugdwerk                                                         (9)
  9. Vorming en toerusting                                  (11)
  10. Beheer van kerkgebouw en financiën       (12)

 

Omdat beleid wordt gemaakt vanuit een visie (doelstelling), tegen de achtergrond van een bestaande situatie en rekening houdend met de mogelijkheden, hebben we ervoor gekozen voor elk van de werkvelden een omschrijving van de doelstelling te formuleren. Daarnaast zijn de huidige middelen die worden ingezet om het gestelde doel na te streven, vermeld. Vervolgens zijn per werkveld enkele aandachtspunten geformuleerd die vervolgens in concrete beleidsvoornemens zijn vertaald.

 

Kernvisie

Als Gereformeerde kerk leven we vanuit het Woord. Daarin klinkt als kern van gemeente-zijn onder andere: Hij ging de berg op en riep al degenen bij zich op wie hij zijn keuze had laten vallen, en ze kwamen naar hem toe. Hij stelde twaalf van hen aan als apostel; ze moesten hem vergezellen, en hij wilde hen ook uitzenden om het goede nieuws bekend te maken. Ze kregen de macht om demonen uit te drijven (Marcus 3:13-14). Woorden van gelijke strekking treffen we aan in Petrus’ eerste brief: U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht (1 Petrus 2:9).

 

God roept ons door Jezus: het initiatief ligt aan Gods kant. Ons gemeente-zijn is geworteld in het verzoenend sterven van onze Here, heeft toekomst door de opstanding van Hem, die leeft, en wordt geleid door de Heilige Geest. Gods initiatief leidt tot:

  • Omgang met de Here God: Hij roept ons tot Zich.
  • God roept een volk: de twaalf representeren het hele volk van de Here: een heilige natie;
  • God roept ons tot dienst aan de wereld: prediken en het kwade aan de kaak stellen.

 

Een concretisering van de kern geeft ons de volgende sleutelwoorden:

  • We zoeken (zowel persoonlijk als gezamenlijk) Gods aangezicht;
  • We belichamen Gods volk, gevormd door discipelen van Jezus Christus: zodat we ons laten onderwijzen door de Here èn omzien naar elkaar als kinderen van God;
  • We hebben een missie: we dragen het evangelie uit en tonen Gods liefde door te dienen.

 

 

 

1. Gemeente-zijn

 

1.1          Doelstelling

‘Als gemeente van Jezus Christus zijn we geroepen Gods aangezicht te zoeken, om te zien naar elkaar als leden van Gods volk en elkaar toe te rusten als discipelen van de Here, opdat we in staat zijn onze missie in de wereld te vervullen, tot eer van God.’

 

1.2          Huidige karakteristiek

 

1.2.1       Karakter van de gemeente

De Gereformeerde kerk te Kockengen is ontstaan vanuit de Afscheiding (1834). Toen werd er gestreden voor Gods Woord, een zuivere bediening van de sacramenten en een belijdende kerk. In dat spoor is de huidige kerk een gemeente waarin het Woord en de sacramenten centraal staan; ze weet zich verbonden met het belijden van het voorgeslacht (zoals dit tot uitdrukking is gebracht in de drie algemene belijdenisgeschriften en in de drie formulieren van enigheid) en wil gastvrij en open anderen tegemoet treden.

 

Aan onze verbondenheid met de belijdenissen geven we uitdrukking door nieuwe ambtsdragers op de eerste kerkenraadsvergadering na hun bevestiging de volgende verklaring te laten ondertekenen: Wij, ambtsdragers verbonden aan de Gereformeerde kerk te Kockengen verklaren met onze ondertekening, dat wij de Heilige Schrift erkennen als het Woord van God, de gezaghebbende openbaring van het Evangelie Gods in Jezus Christus, en daarom als de enige regel voor geloof en leven. Wij beloven ons gezamenlijk ambtelijk werk te zullen verrichten in verbondenheid met het belijden van de kerk en voor dit belijden op te komen. Het voorgeslacht heeft dit belijden tot uitdrukking gebracht in de drie algemene belijdenisgeschriften en in de drie formulieren van enigheid.

 

1.2.2       Plaats binnen het landelijk verband

Als gemeente zijn we meegegaan in de hereniging tot Protestantse Kerk in Nederland. Ondanks de bezwaren die er bij ons leefden, is volgens ons bij een verdere verbrokkeling van de kerk niemand gebaat. Vanuit een kritische, opbouwende betrokkenheid naar het landelijk verband willen we een belijdende kerk blijven (zie 1.2.1).

 

1.2.3       Contacten met andere gemeenten te Kockengen

Hoewel de informele en persoonlijke contacten met de Hervormde gemeente goed zijn, is er weinig formeel contact. Met de hervormden wordt een maandsluiting verzorgd in Woonzorgcentrum ‘Overdorp’. Daarnaast wordt er met de Rooms-Katholieke parochie en de Volle Evangelie Gemeente beperkt samengewerkt: de week van gebed, jaarmarkt, en volkskerstzang. Met de katholieken is er een gezamenlijke lijdensviering.

 

1.2.4       Structuur

De Gereformeerde kerk telde per 1 januari 2011 in totaal 466 leden (248 belijdende leden en 218 doopleden). De gemeente wordt geleid door een kerkenraad en kent 1 predikantsplaats. De kerkenraad bestaat uit: predikant, 6 wijkouderlingen, 1 scriba/ouderling-kerkrentmeester, 2 jeugdouderlingen (met een onderling afgesproken taakverdeling) en 4 diakenen. Het moderamen (dagelijks bestuur) van de kerkenraad bestaat uit de predikant, de scriba/ouderling-kerkrentmeester, ouderling en diaken (zie verder ordinantie 4.8.2 en 3). De taken van het moderamen zijn: a. het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad; b. de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn; c. het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

 

1.3          Aandachtspunten

  1. De verdeeldheid van het lichaam van Christus op aarde betreuren wij. Desondanks bestaat er op dit moment weinig samenwerking met de Hervormde gemeente te Kockengen (en ook niet met de Hersteld Hervormde gemeente ter plaatse).
  2. Ook binnen onze gemeente ontbreekt het in sommige gevallen aan eenheid. Waar sommigen graag willen vasthouden aan de traditie, willen anderen nieuwe (vooral evangelische) wegen inslaan. Het is zaak dat deze groepen zich niet van elkaar vervreemden.
  3. Ook het ‘oog hebben voor elkaar’ wordt nog wel eens gemist.

 

1.4          Beleidsvoornemen - werkplan

1.       De kerkenraad zal de ontwikkelingen in de Protestantse Kerk in Nederland nauwlettend volgen en waar mogelijk zijn opvattingen over de gewenste koers naar voren brengen, bijvoorbeeld via de vergaderingen van de classis, de visitatie, het benaderen van afgevaardigden van meerdere vergaderingen etc., maar ook via de vele informele contacten die er bestaan. Bij dat proces zal de kerkenraad de gemeente betrekken.

2.       De goede contacten met de andere kerkelijke gemeenten binnen Kockengen zullen worden onderhouden en waar mogelijk en gewenst worden geïntensiveerd. Bijzondere aandacht heeft het uitbouwen van de relatie met de Hervormde gemeente. In het geloof voelen wij ons met hen in het bijzonder verbonden. Daarnaast maakt ook de Hervormde gemeente deel uit van de Protestantse Kerk in Nederland.

3.       In de kerkenraad zal permanent aandacht zijn voor de eenheid binnen de eigen gemeente en deze zal worden bevorderd, rekening houdend met de meer reformatorische en de meer evangelische stromingen. Daartoe zal de kerkenraad de verschillende belevingen niet ontkennen, maar steeds expliciet benoemen, en deze in een open dialoog binnen kerkenraad en gemeente aan de orde stellen om samen voluit beeld te zijn van het ene lichaam van Christus, met zijn vele leden. Tegen die achtergrond draagt de kerkenraad er zorg voor en stimuleert hij, dat er ruimte bestaat of ontstaat om met elkaar in gesprek te blijven over de verschillende vormen van beleving van het geloof in onze Here Jezus Christus. Concreet krijgt dat vorm in onder andere kerkenraad, gemeentevergadering, gemeentegroeigroepen, commissies en clubs, catechese, gebedsgroepen en andere vormen van samenspraak.

4.       Het bevorderen van het ‘omzien naar elkaar’ heeft de voortdurende aandacht van de kerkenraad. Waar mogelijk zal dit een plaats krijgen in de wekelijkse erediensten, het pastoraat, de gemeentegroeigroepen, via bezoekzusters en -broeders etc. Periodiek zal in de gemeentevergadering expliciet worden gevraagd of wij hierin met elkaar slagen en welke verbeteringen er nog mogelijk zijn.

5.       Vanuit de kerkenraad aandacht schenken en actie ondernemen op toerusting en geloofsgroei. Met als doel mensen te blijven inspireren om hieraan deel te nemen. Met name de leeftijdsgroep van 18-40/45 jaar kan hierin wat meer aandacht krijgen. Hierdoor zal de huidig jeugd (de kinderen van deze groep) vanuit huis dichter bij de gemeente betrokken blijven.

 

 

 

2. Eredienst

 

2.1          Doelstelling

Het ‘gemeente-zijn’ uit zich bij uitstek in de samenkomst van de gemeente. Daar wordt het geloof door de prediking en sacramentsbediening gewerkt en versterkt, gevoed en onderhouden. In de eredienst staat een herkenbaar schriftuurlijke prediking centraal. De liturgie heeft tot doel de betrokkenheid van de gemeenteleden in de eredienst te versterken door te zingen, door de dienst der gebeden en door de dienst der barmhartigheid.

 

2.2          Huidige vormgeving

 

2.2.1       Erediensten algemeen

Elke zondag wordt er om 10.00 uur en om 19.00 uur een eredienst gehouden. In de diensten heeft de voorganger de vrijheid om te lezen uit de vertaling van het NBG (1951), de NBV (2004) of de HSV (2010). Door middel van een beamteam worden de schriftlezingen in de nabije toekomst op de muur geprojecteerd. Dit omdat het lezen van verschillende vertalingen voor de gemeente dan makkelijker te volgen is.

Gezongen wordt uit het Liedboek voor de kerken en uit de Evangelische Liedbundel. Hierbij moet een evenwichtige verdeling tussen psalmen, gezangen en evangelische liederen niet uit het oog verloren worden.

 

2.2.2       Woordverkondiging

De verkondiging vindt zijn centrum in het aandachtig luisteren naar de Schriften met het oog op de gemeente. Eerbied voor de bijbelse boodschap dient daarbij voorop te staan: de 66 canonieke boeken van de Bijbel erkennen wij immers als Gods Woord. De taal en stijl van de schrijvers, hun culturele achtergrond willen we daarmee niet uitvlakken, maar het is voor ons God Zelf die ons zijn Woord gaf in menselijke taal en vormen. Tevens willen we respectvol omgaan met het belijden van onze voorouders (we zijn immers de eersten niet). Predikanten/voorgangers die hun eigen ideeën, hun eigen ‘evangelie’ prediken, worden niet (of niet langer) uitgenodigd.

 

2.2.3       Sacramenten

De heilige doop wordt, als er een dopeling is, bediend op een zondag die desbetreffende ouders en de predikant (kerkenraad) afspreken. Daar een kind gedoopt wordt op grond van de belijdenis van de ouders, dient minimaal één van de ouders openbare belijdenis te hebben afgelegd. Aan de doop gaat een doopgesprek vooraf waarin aan de orde komen de betekenis van de doop, de motivatie van ouders die hun kind ten doop willen houden en de verantwoordelijkheid van ouders voor de geloofsopvoeding.

Het heilig avondmaal wordt vijf keer per jaar gevierd (eens in de 3 maanden: maart, juni, september, november/december en op witte donderdag). We vieren het avondmaal in gehoorzaamheid aan Jezus’ opdracht aan zijn discipelen. Die laatste notie (zijn discipelen) brengt ons ertoe om aan het heilig avondmaal een ieder te nodigen, die Jezus als zijn Here belijdt, zich discipel van Hem weet (in kerkelijke taal ‘belijdende leden’). Het avondmaal wordt (eventueel) thuis bediend aan zieken en ouderen, die niet naar het kerkgebouw kunnen komen.

 

2.2.4       Israël

Israël is het volk van God en door God uitverkoren, wij zijn geënt op Israël. Hierdoor weten wij ons als gemeente onopgeefbaar verbonden met het volk Israël: beiden zijn we kinderen van Gods ene verbond. Als christenen uit de heidenen zijn we aan Israëls God verbonden in de naam van Jezus. In een tijd waarin onder andere antisemitisme hen bedreigt, brengen we in onze dienst der gebeden de nood van het volk Israël voor Gods aangezicht. In de eredienst op de zogenaamde Israëlzondag gebeurt dat in het bijzonder.

 

2.2.5       Diensten rond bijzondere gelegenheden

 

2.2.5.1   Diensten rondom het huwelijk

Het huwelijk tussen man en vrouw willen wij in ere houden als een bijzonder verbond dat de liefde tussen Christus en zijn gemeente weerspiegelt.

 

Inzegening van een huwelijk

Nadat een aanvraag wordt ingediend om een huwelijk in te zegenen, wordt een gesprek aangegaan met het desbetreffende stel. Hierbij wordt in openheid gesproken over hun motivatie om in de kerk te willen trouwen. Op dit moment is het beleid: geen dwang van derden; geen vrijblijvendheid van de betrokkenen (als aardige opvulling van de dag); de betrokkenen (of minstens één ervan) dienen de dienst te zien als een stapje op weg naar het kennen en dienen van de Here God (in het licht van Gods geboden). Om dit te concretiseren dienen ze enkele malen huwelijkscatechese te volgen. Op grond van het Bijbelse gegeven dat de zegen royaal gegeven wordt (aan heel het volk, zegent wie u vervloeken), willen we de drempel laag houden. Het is de verantwoordelijkheid van de gezegenden dat zij hun dankbaarheid tonen aan God (zie Lucas 17:15-16).

 

Andere levensverbintenissen

Hoewel wij belijden dat de God van Israël, de vader van Jezus Christus, een barmhartige God is, die ons mensen tegemoetkomt (ook in onze zwakheid en kwetsbaarheid), en we ons daarom willen open stellen om ‘gelijkgeaarden’ pastoraal zo goed mogelijk bij te staan, kan een homofiele relatie ons inziens niet gelijk gesteld worden aan het ‘huwelijk’ in bijbels-theologische zin (zie Genesis 1 en 2: ‘man en vrouw schiep Hij hen’, zo was het in het begin en het was goed; over de lichamelijke liefde tussen man en vrouw zingt de Bijbel het hoogste lied, zie Hooglied: deze liefde draagt leven in zich… en is als relatie een fundamenteel gegeven). Andere levensverbintenissen dan tussen man en vrouw willen we dan ook niet verheffen tot de status van het huwelijk, waarover een zegen zou kunnen worden uitgesproken in een eredienst.

 

Huwelijk na een scheiding

Een huwelijk tussen gescheiden gemeenteleden wordt niet zonder meer ingezegend. Zij kunnen niet zomaar weer voor Gods aangezicht elkaar trouw beloven en zijn zegen ontvangen. In het evangelie van Jezus Christus staan geloof, berouw, vergeving en verzoening centraal. Samen met mensen die oprecht verlangen om met God te leven, willen we zijn zegen vragen. Vanzelfsprekend zal ook in deze situatie na een aanvraag een gesprek aangegaan worden met het betreffende paar door de predikant en eventueel de wijkouderling. In de catechese zal, naast de zaken die in de eerste paragraaf genoemd zijn, aandacht besteed worden aan het verbreken van het eerdere huwelijk en de pijnlijke punten die daarmee samenhangen.

 

2.2.5.2   Diensten voorafgaand aan een begrafenis of crematie

Met eerbied willen we afscheid nemen van hen die van ons heengaan. We willen temidden van het verdriet tot troost van de nabestaanden het evangelie laten klinken en in dat licht het leven van de overledene gedenken.

 

Op grond van de Bijbel is begraven de meest te verkiezen vorm. Hierbij overwegen we het volgende:

  1. Tussen Goede vrijdag en de Paasmorgen heeft de Here Jezus het graf geheiligd als wachtkamer voor het nieuwe leven.
  2. We geloven dat het met de dood niet ophoudt: ons lichaam wordt ‘gezaaid voor de opstanding’.
  3. Het begraven van ons lichaam is zo een getuigenis dat we door de opstanding van Christus geloven in de opstanding van de doden en het leven in de wereld die komt;
  4. Een crematie zoals we die in de huidige tijd kennen, kwam in de Bijbelse tijd niet voor. Als er lichamen verbrand werden, heeft dat vaak te maken met heidense offerpraktijken en afgodendienst die God veroordeelt.
  5. God is bij machte een gecremeerd of in zee ‘begraven’ lichaam te laten opstaan.

Op grond van de Bijbel zien we begraven als de meest te verkiezen vorm, die we ook uitdragen in erediensten en huisbezoeken. De invulling van een dienst voorafgaand aan een crematie hoeft echter niet anders te zijn dan bij een begrafenis. Ambtsdragers of voorgangers die op grond van de bovengenoemde overwegingen een andere conclusie trekken, staat het vrij om af te zien van meewerking aan een dienst rond een crematie.

 

2.2.6       Ondersteunende voorzieningen

Om zoveel mogelijk gemeenteleden de mogelijkheid te bieden om de erediensten te bezoeken is er ‘s morgens bij alle morgendiensten kinderoppas aanwezig. Voor mensen die slecht ter been zijn, is het mogelijk opgehaald te worden. Voor diegenen die niet meer in de gelegenheid zijn om de diensten te bezoeken is er de mogelijkheid om via de kerktelefoon/internet de diensten te beluisteren. In de kerk functioneert een ringleiding.

 

2.3          Aandachtspunten

  1. De invulling van de avonddienst heeft onze aandacht.
  2. Jongeren geven het signaal af meer betrokken te willen raken bij de prediking.
  3. De groep 18-30 jarigen (ruwweg) vindt steeds minder aansluiting bij de eredienst.

 

2.4          Beleidsvoornemen

  1. Aan de avonddiensten zal de nodige aandacht worden geschonken, o.a. door de gewenste afwisseling van bijvoorbeeld jeugddienst en leerdienst.
  2. We toetsen na verschijnen de nieuwe formulieren voor de bediening van de sacramenten.

 

 

 

3. Pastoraat

 

3.1          Doelstelling

De gemeente is het lichaam van Christus waarbij ieder lid de ander nodig heeft. In het pastoraat dient dus tot uiting te komen dat we in de gemeente, door en vanuit de liefde van God, zorgdragen voor het geestelijk welzijn van de gemeenteleden. Hoewel pastorale zorg een algemene roeping is voor de gemeenteleden ten opzichte van elkaar, is het een bijzondere roeping voor predikanten en ouderlingen.

 

3.2          Huidige vormgeving

 

3.2.1       Regulier huisbezoek

Iedere ouderling heeft een eigen wijk. Het is het streven eenmaal per jaar namens God en de gemeente een ieder te bezoeken dan wel een moment van contact te hebben.

 

3.2.2       Zieken - en crisispastoraat

Predikant en ouderlingen bezoeken met regelmaat de zieken thuis en in de ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. In bijzondere en moeilijke omstandigheden verzorgt de predikant het crisispastoraat (het begeleiden van gemeenteleden voor een langere periode).

 

3.2.3       Rouwpastoraat

De predikant verzorgt op verzoek de begrafenis incl. de rouwdienst. Verder begeleidt de predikant de rouwdragenden in hun rouwproces waarbij de ouderling hem ondersteunt.

 

3.2.4       Overig pastoraat

Bezoekzusters en -broeders zien om naar ouderen en zieken. Ook de commissie Omzien naar elkaar’ is daarbij pastoraal én voor praktische zaken betrokken.

De nieuw-ingekomenen krijgen een welkomstbezoek van een gemeentelid.

Daarnaast is er elk jaar het zogenaamde ‘groothuisbezoek’ waarop gemeenteleden worden uitgenodigd rondom een geloofsthema met elkaar in gesprek te gaan.

 

3.3          Aandachtspunten

  1. Het reguliere huisbezoek staat onder spanning (komen we er nog wel aan toe?).
  2. Het stimuleren van gemeenteleden om hun algemene roeping tot omzien naar elkaar waar te maken heeft onze blijvende aandacht.
  3. Het groothuisbezoek zou nog beter bezocht kunnen worden.

 

3.4          Beleidsvoornemen

  1. De kerkenraad stelt een coördinator aan die functioneert als contactpersoon tussen de groepsleiders van de gemeentegroeigroepen en de kerkenraad.
  2. Minimaal drie keer per seizoen komen de groepsleiders van de gemeentegroeigroepen bij elkaar om elkaar toe te rusten bij hun functioneren en te helpen bij het onderlinge pastoraat.
  3. Predikant en coördinator zorgen er gezamenlijk voor, dat toerusting en coördinatie (organisatie) op adequate wijze worden ingevuld voor de gemeentegroeigroepen.
  4. Er zal worden bezien of er naast de groothuisbezoeken behoefte is aan meer thematisch gerichte bijeenkomsten op incidentele basis.
  5. De ambtsdragers doen al wat in hun vermogen ligt om kinderen in nood- en probleemsituaties maximaal te (laten) steunen en pastoraal bij te staan, ook via jeugdraad, kindernevendienst, clubs etc.

 

 

 

4. Catechese

 

4.1          Doelstelling

De catechese heeft tot doel de jonge leden van de gemeente in hun leefwereld te confronteren met het evangelie (gebod en belofte), ze toe te rusten opdat zij door de werking van de Geest volgelingen van Jezus Christus mogen worden.

 

4.2          Huidige situatie

 

4.2.1       Catechese

De catechese valt onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Bij de jongere groepen worden zo mogelijk huiscatecheten betrokken (12-15 jarigen). Doorgaans trachten we binnen de belevingswereld van de jongeren aandacht te vragen voor gebed, gebod en geloof (de apostolische geloofsbelijdenis). Daarnaast gaat het ook over de betekenis van het joodse volk binnen Gods heil en komen thema’s aan de orde als verdovende middelen, relaties, seksualiteit, vriendschap.

 

4.2.2       Belijdeniscatechisatie

Voor jongeren en/of ouderen die zich willen voorbereiden op het doen van openbare belijdenis van het geloof, is er jaarlijks gelegenheid zich aan te melden voor de belijdeniscatechisatie. Doorgaans zal er op Pinksteren de gelegenheid zijn om belijdenis te doen. Het is van groot belang voorafgaand aan het afleggen van belijdenis stil te staan bij de kernpunten van het christelijk geloof. Wie tussentijds belijdenis wil afleggen van zijn/haar geloof, dient tenminste 3 keer een voorbereidend gesprek met de predikant te hebben en wordt dringend geadviseerd deel te gaan nemen aan de belijdeniscatechese.

 

4.2.3       Huwelijkscatechese

Zie ook bij eredienst (2.2.4.1). Er wordt onder andere gesproken over de motivatie om te trouwen en daarover Gods zegen te vragen, Bijbelse gegevens aangaande het huwelijk, de betekenis van Gods zegen, verantwoordelijkheden binnen het huwelijk en de inhoud van de huwelijksdienst.

 

4.3          Aandachtspunten

  1. De betrokkenheid van de ouders bij de catechese van hun kinderen is vaak gering.
  2. Na de trouwdag blijven niet alle gehuwden betrokken bij de gemeente.

 

4.4          Beleidsvoornemen

  1. Versterken van de betrokkenheid van de ouders bij de catechese, bijvoorbeeld door een avond te organiseren voor de ouders van catechisanten aan het begin van het kerkelijk seizoen.
  2. Het is gewenst om betrokken, gehuwde gemeenteleden te zoeken die bereid zijn om één of twee jaar lang pas gehuwden te begeleiden (hetzij individueel hetzij in een groep), opdat de betrokkenheid bij God, geloof en kerk kan groeien (en het goede dat meestal gegroeid is tijdens de huwelijkscatechese kan worden uitgebouwd) en de ingezegende gehuwden ingebed raken in het gemeenteleven. Predikant en jeugd- of wijkouderling hebben hierin een leidende rol.

 

 

 

5. Diaconie

 

5.1          Doelstelling

Het woord ‘diakonia’ betekent ‘dienst’ of zoals de kerkorde het noemt, de dienst der barmhartigheid.

Om de gemeente in deze dienst voor te gaan is het ambt van diaken ingesteld. De diaken bekleedt zijn ambt in en met het oog op de gemeente om zorg te dragen voor de dienst der barmhartigheid in de gemeente en in de wereld. Dit krijgt gestalte door middelen in te zamelen, te beheren en uit te delen, de naaste in nood te helpen.

 

5.2          Huidige middelen

 

5.2.1       Financiële ondersteuning gemeenteleden

De diaconie verleent daar waar het nodig en bekend is een financiële ondersteuning aan noodlijdende personen en gezinnen in de gemeente.

 

5.2.2       Dienstverlening in de gemeente

Bij acute noodsituaties onder gemeenteleden coördineert de diaconie de mogelijkheden tot hulpverlening (‘helpende handen’). Voor de ouderen wordt een speciale middag georganiseerd. Met Kerst en Pasen ontvangen de gemeenteleden van 70 jaar en ouder een attentie. De diaconie coördineert het bezoekwerk onder zieken en ouderen. Tevens draagt zij er zorg voor dat op zondag de bloemen vanuit de kerk bij een oudere of zieke worden bezorgd. Verder verzorgt zij het uitgeven van cassettebandjes en de ontvangst van de kerktelefoon bij de mensen thuis. De diaconie fungeert als aanspreekpunt voor de werkgroep ‘Omzien naar elkaar. Ook de ‘Goed Werk winkel’ valt onder de zorgen van de diaconie; ze zorgt er zo voor dat we ons als gemeente verantwoordelijk weten voor de toekomst van armlastige mensen in ontwikkelingsgebieden. Kopen bij Goed Werk is blijvend investeren in mensenlevens. Dit motto kunnen wij kracht bijzetten door onze voedingsmiddelen en kunstnijverheidsproducten bij Goed Werk te kopen. 

 

5.2.3       Projectbegeleiding

De diaconie draagt in financieel opzicht bij aan verschillende plaatselijke, landelijke en mondiale projecten van maatschappelijk-sociaal en diaconale aard. Ook draagt zij bij in acute noodsituaties die zich van tijd tot tijd voordoen, zowel landelijk als wereldwijd. 

 

5.2.4       Geldwerving

De diakenen zijn ambtelijk aanwezig in de zondagse erediensten en dragen daarbij zorg voor het inzamelen van de liefdegaven.

 

5.3          Aandachtspunten 

  1. De diaconale roeping die elk gemeentelid heeft, wordt nog onvoldoende onderkend.
  2. Meerdere mensen hebben ten onrechte schroom om bij de diaconie aan te kloppen.
  3. Zieken graag doorgeven aan een van de diakenen voor het brengen van een bezoek, plantje of iets dergelijks.

 

5.4          Beleidsvoornemens 

  1. Met elkaar naar wegen zoeken, hoe er meer aandacht geschonken kan worden aan de diaconale roeping die elk gemeentelid heeft.
  2. Bij predikant en ouderlingen bevorderen, dat zij stimuleren dat namen van zieken worden doorgegeven aan de diaconie. Zodra er sprake is van herstel dient ook dit op dezelfde wijze te worden doorgegeven.
  3. Aandacht eraan schenken, dat als het nodig mocht zijn er geen schroom bij gemeenteleden hoeft te zijn om bij de diaconie aan te kloppen voor steun.

 

 

 

6. Evangelisatie

 

6.1          Doelstelling

Christus heeft tot zijn volgelingen gezegd: ‘U bent het licht van de wereld’ (Matt. 5:14). Evangelisatie heeft dan ook niet in de eerste plaats te maken met allerlei activiteiten die ondernomen worden, maar vooral met hoe wij als gemeenteleden staan op de plek waar God ons geplaatst heeft, in ons gezin, op ons werk, op school en in ons dorp. Daarnaast zoeken we ook als gemeente naar hoe het Evangelie van Gods liefde in Jezus Christus in onze omgeving bekend kan worden gemaakt. Ook voor evangelisatie geldt dat dit niet door onszelf te organiseren is. Het is de Heilige Geest die mensen tot Christus brengt. Als gemeente zijn we steeds op zoek naar hoe wij daarin een kanaal voor de Geest kunnen zijn.

 

6.2          Huidige situatie

De evangelisatiecommissie die tot enkele jaren geleden bestond, had naast haar werk op het gebied van evangelisatie ook de organisatie van thema- en bijzondere diensten als taak gekregen. Die dubbele opdracht bleek in de praktijk moeilijk te werken. Een aantal leden van de ‘oude’ commissie is verdergegaan als Commissie bijzondere diensten; de andere leden hebben hun lidmaatschap opgezegd waarmee de ‘evangelisatiecommissie’ ophield te bestaan. Omdat evangelisatie niet alleen door een commissie gedaan moet worden maar iets dat de aandacht van de hele gemeente vraagt, kiezen we er niet voor dit werk bij de zendingscommissie neer te leggen. De programma’s Rock Solid en Solid Friends (8.2.7) hebben ook een missionaire component.

 

6.3          Aandachtspunten

  1. Missionaire gemeente zijn vraagt ‘anders denken’ en begint met de principiële discussie (binnen de kerkenraad) of je daadwerkelijk wilt toegroeien naar een missionaire gemeente.
  2. We hoeven niet het wiel uit te vinden: materiaal en deskundigheid zijn bijvoorbeeld beschikbaar bij de Protestantse Kerk (missionair team), Stichting Alpha-cursus Nederland, de IZB en Youth for Christ.
  3. Voordat er een richting of project aangaan moet eerst gekeken worden naar de behoefte en/of draagkracht van de kerkenraad en de gemeente.

 

6.4          Beleidsvoornemens

  1. Bezinning in en toerusting van kerkenraad en gemeente met het oog op het missionaire karakter van onze kerk en haar leden.
  2. Onze eigen motivatie voor evangelisatie leren kennen en verdiepen.
  3. Doel en doelgroep van ‘missionair gemeente-zijn’ definiëren.
  4. Aan de hand daarvan plannen concretiseren voor de organisatie van bijvoorbeeld een Alpha-cursus in Kockengen.
  5. In elk geval rond de christelijke feestdagen via Rondje Kockengen en de websites van de kerk en www.kockengen.net de publiciteit zoeken.
  6. Bestaande samenwerking met andere kerken op de jaarmarkt voortzetten en ook daarin missionaire uitstraling en aanwezigheid in lokale gemeenschap versterken.
  7. Het organiseren van laagdrempelige (thema-)diensten rond actuele thema’s.

 

 

 

7. Zending

 

7.1          Doelstelling

Mensen in zendingsgebieden in aanraking brengen met het Evangelie van Jezus Christus in de breedste zin des woord, door middel van ondersteuning aan zendelingen. De gemeente enthousiast maken voor dit werk en ze erbij betrekken. Het is een taak voor zowel de commissie als ieder gemeentelid persoonlijk.

 

7.2          Huidige situatie

De zendingscommissie verzorgt zendingsdiensten en nodigt sprekers uit, ondersteunt op een verantwoorde manier zendingsechtparen, ondersteunt bijbels geïnspireerde organisaties, publiceert nieuwsbrieven van zendelingen in het kerkblad.

 

7.3          Aandachtspunten

  1. Het werk van de zending regelmatig onder de aandacht brengen om zo de interesse levendig te houden.

 

7.4          Beleidsvoornemens

 

  1. Het afstemmen met de diaconie voor wat betreft de zendingscollecten.
  2. Een brief voegen bij jaarlijkse acceptgirokaart ‘bijdrage zending’ met daarop vermeld waar de gelden heen gaan.
  3. Het werk van zending presenteren in de hal van de kerk, zodat het onder de aandacht komt/blijft van degene die in de kerk komen.
  4. De zendingscommissie zal regelmatig in het kerkblad schrijven om zo meer betrokkenheid te creëren.
  5. Regelmatig zendingsdiensten houden met een presentatie van een door de zending ondersteund spreker over het werk dat zij doen.

 

 

 

8. Jeugdwerk

 

8.1          Doelstelling

De kerk heeft in haar jeugdwerk de taak om de jongeren, in het bijzonder die van de eigen gemeente, aan te moedigen ervoor te kiezen Jezus als HERE te belijden, Hem te volgen en samen met ons te groeien in geloof en dienst aan Hem. Om dit doel te bereiken vinden we het van heilsbelang dat jongeren zich in onze gemeente thuis kunnen voelen, zowel in de zondagse erediensten als in de door de week op te zetten activiteiten.

 

8.2          Huidige middelen

 

8.2.1       Clubs

Er bestaan een woensdagmiddag- en maandagavondclub. Op een laagdrempelige manier willen deze clubs zoveel mogelijk kinderen van de basisschool bereiken. Dit doen ze door: gezelligheid, een ‘voorbeeldverhaal’ vertellen, zingen, spellen, bidden en danken.

 

8.2.2       Oktoberkamp

Voor de jongeren van 13-15 jaar wordt er jaarlijks een kamp gehouden in de oktobervakantie. Het doel van het oktoberkamp is: jongeren, gelovigen, twijfelaars en zoekenden delen op het kamp hun leven met elkaar (zie ook 1 Tess. 2:8). De activiteiten vinden plaats temidden van het volgende spanningsveld:

  1. de HERE God zoeken: we maken tijd vrij om met elkaar op een ongedwongen manier te spreken over de God van Jezus Christus, wie is Hij, hoe we Hem kunnen kennen en dienen;
  2. verbondenheid met elkaar: er is ruimte om gezellig met elkaar op te trekken;
  3. inzet voor anderen: een deel van het kampprogramma wordt ingeruimd voor het dienen van anderen.

 

8.2.3       Join Our Mission

De organisatie van een werkreis in Polen voor 16-plussers (vanaf 2002) is in handen van Join Our Mission Werkreizen. Deze stichting weet zich bij al haar werk geïnspireerd door het evangelie van Jezus Christus én verbonden met de Gereformeerde kerk te Kockengen. Dat wordt onder andere zichtbaar in het ter beschikking stellen van de jaarstukken aan geïnteresseerden op de jaarlijkse gemeentevergadering, gebed en collecten voor het werk van Join Our Mission en de jaarlijkse ‘Polendienst’. Een en ander geldt ook voor de stichting Join Our Mission Polen die zich bezighoudt met een nieuw project: het 18+huis. Voor de werkreizen geldt hetzelfde spanningsveld als hierboven genoemd (8.2.2).

 

8.2.4       Jeugddiensten

De jeugd krijgt onder begeleiding van de jeugdouderling (of jeugdwerkers) de ruimte om diensten te houden waarin de HERE God geëerd wordt, het Woord wordt verkondigd op een manier die aansluit bij hun belevingswereld.

 

8.2.5       Oppas

Tijdens de kerkdienst is er opvang van kinderen van 0 t/m 3 jaar. Voor de zegen komen de kinderen de kerkzaal in, zodat ook zij de zegen ontvangen (gedachtig Jezus’ woord ‘Laat de kinderen tot Mij komen’).

 

8.2.6       Kindernevendienst

Aan kinderen van de basisschoolleeftijd wordt tijdens de verkondiging in de zondagochtenddienst het evangelie verteld, en wel op een manier die past bij het niveau van de kinderen. Er wordt gewerkt met drie groepen (onder-, midden-, bovenbouw) aan de hand van het materiaal uit ‘Vertel het maar’. Tijdens de bijeenkomst staan de volgende elementen centraal: vertelling, knutsel of iets dergelijks, bidden en zingen, het delen van de geloofsbeleving (op de avondmaalszondag wordt er in samenwerking met de predikant een link gelegd met de dankbaarheid en vreugde die in de kerk beleefd wordt). Na terugkomst in de kerkzaal zingen we samen met de gemeente een kinderlied.

 

8.2.7       Rock Solid en Solid Friends

Rock Solid heeft als doelgroep de groep van de basisschool en de het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. Het doel van de avonden is om deze jongeren door spel en toerusting zolang mogelijk betrokken te houden bij de gemeente, de kerk en het geloof.

Voor Solid Friends is de doelgroep 14, 15 en 16 jaar. Vanuit het oktoberkamp is er Solid Friends; dit is het vervolg op Rock Solid en heeft hierdoor ook dezelfde doelstelling. Hiervoor is gekozen omdat het oktoberkamp een erg kort seizoen heeft voor de jongeren.

 

8.2.8       Commissies overleg

Het commissies overleg heette voorheen jeugdraad en is daaruit voortgekomen. Het is bedoeld als klankbord en ontmoetingsplek voor alle commissies binnen onze gemeente, verzorgt in de herfstvakantie en voorjaarsvakantie een activiteit voor de basisschoolkinderen en organiseert daarnaast het startweekend (de startdienst valt onder verantwoordelijkheid van de Commissie bijzondere diensten, in samenwerking met de predikant).


8.3          Aandachtspunten

  1. Het bereiken van de jeugd van 12 t/m 18 jaar.
  2. De jeugd mist een ruimte in de kerk met een eigen sfeer.
  3. Voor de oppas is het een probleem dat er geen ruimte is om de baby’s te laten slapen.
  4. Voor de kindernevendienst en het jeugdkamp is het moeilijk om nieuwe leidinggevenden te vinden.
  5. Hoe omgaan met kinderen die zich tijdens de nevendienst (het kamp) blijvend storend gedragen?
  6. Sommige perioden vragen veel van leidinggevenden binnen de kindernevendienst, daarom is een goede taakverdeling gewenst en zouden bepaalde werkzaamheden misschien gedelegeerd kunnen worden.
  7. De overgang van Rock Solid naar Solid Friends beter maken waardoor het materiaal van Solid Friends beter tot zijn recht komt.

 

8.4          Beleidsvoornemen 

  1. Een paar keer per jaar zal er een activiteit verzorgd worden voor de jeugd van 12 t/m 18 jaar (in samenwerking met andere gemeenten binnen of buiten Kockengen).
  2. Er zal gezocht worden naar een plek waar jongeren eens per week binnen kunnen lopen voor een luisterend oor (wie zich daarvoor zal inzetten is de vraag).
  3. Nieuwe mensen zullen we persoonlijk gaan benaderen en hen helder uitleggen wat de verwachtingen zijn. Daarnaast zal het volgens de leiding van het oktoberkamp motiverend werken wanneer ‘nieuwe’ mensen, die met de jeugd willen optrekken, de mogelijkheid krijgen toegerust te worden tot jeugdwerker (te denken valt aan een jaarlijks terugkerende ‘cursus’ in het winterseizoen van één of enkele avonden).
  4. Storend gedrag in de kindernevendienstgroep zal worden aangepakt (let wel: niet het kind als persoon wordt afgekeurd, wel zijn gedrag) door
    1. het kind te corrigeren;
    2. het te bespreken in de kindernevendienstvergadering;
    3. het kind eventueel er individueel op aan te spreken;
    4. de ouders er eventueel over in te lichten.

 

 

 

9. Vorming en toerusting


9.1          Doelstelling

De gemeente weet zich geroepen door vorming en toerusting te komen tot geloof en verdieping. Buiten de wekelijkse erediensten komen we in groepen bijeen om te groeien: in geloof (door het geloofsgesprek rondom de bijbel, om zo het geloofsleven concreet met de praktijk van alledag te verbinden), in gemeenschap (in deze kleine groep zijn de mensen betrokken op elkaar), in getal (er is een open sfeer van vertrouwen: de ander is welkom). Ook de gebedsgroepen dragen bij aan de doelstelling van vorming en toerusting.

 

9.2          Gemeentegroeigroepen

Er bestaan, ten tijde van het schrijven van dit beleidsplan, vijf gemeentegroeigroepen. Een groep heeft 10-15 deelnemers en komt eens in de drie weken bijeen. Elke groep heeft een gastvrouw (en/of –heer) en een gespreksleider. Deze roept de groep bijeen, leidt de gesprekken, heeft oog voor de afzonderlijke groepsleden en voor de groep als geheel. Hij bezoekt ook de drie toerustingsavonden, die geleid worden door de predikant. Op deze avonden worden de gespreksleiders toegerust voor hun specifieke taak.

Er is één coördinator, hij bewaakt de voortgang en onderhoudt de contacten met de gespreksleiders, de kerkenraad en de dominee. Ook informeert hij de gemeente via het kerkblad en verzorgt hij jaarlijks een informatiefolder. Deze folder wordt ook bij de huisbezoeken uitgereikt aan geïnteresseerden. Er nemen ongeveer zestig gemeenteleden deel aan de gemeentegroeigroepen. Zoals bij de doelstelling aangegeven bestaan er ook enkele gebedsgroepen.

 

9.3          Aandachtspunten

  1. Het percentage belijdende leden dat door de weeks aan enige vorm van toerustingwerk deelneemt is gelet op de omvang van de gemeente gering;
  2. De samenstelling van de gemeentegroeigroepen dient bij voorkeur door aanwas en deling periodiek te wijzigen. Dit is een essentie van gemeentegroeigroepen. Thans bestaat er een neiging de groepen qua samenstelling in tact te laten: wanneer een groep in een bepaalde samenstelling goed functioneert, willen de groepsleden vaak ook het volgende seizoen deze groepssamenstelling behouden. Het Evangelisch Werkverband adviseert de samenstelling niet te statisch te laten zijn: juist door te delen en nieuwe groepen te vormen deel je je geloof met andere gemeenteleden;
  3. Gedurende het seizoen is er nauwelijks sprake van ‘groeien in aantal’. Dit is ongewenst gegeven de doelstelling van de groepen;
  4. De gemeente actiever deel laten nemen aan enige toerusting buiten de zondagse kerkdiensten.

 

9.4          Beleidsvoornemens 

  1. Aan het eind van het seizoen wordt met de gespreksleiders een besluit genomen over de vorming van de groepen in het volgend seizoen, gebaseerd op de mening van de deelnemers van de verschillende groepen.
  2. De gespreksleiders bespreken in hun groep, hoe men uitnodigend kan zijn voor nieuwe leden;
  3. Alle groepsleden dragen in feite pastorale verantwoordelijkheid voor elkaar, de gespreksleider in het bijzonder. Dit kan in de vorm van een persoonlijk gesprek, door het sturen van een kaartje, iemand anders inschakelen, of anderszins.
  4. Beter de gemeente informeren en op de hoogte houden van de gemeentegroeigroepen en de doelstelling ervan (via het kerkblad en/of een informatiefolder).

 

 

 

10. Beheer

 

10.1        Doelstellingen

Het College van kerkrentmeesters beheert de bezittingen en behartigt de stoffelijke belangen van de gemeente en zorgt, binnen de kaders van de jaarlijkse begroting, voor voldoende financiële middelen om het gemeentewerk mogelijk te maken. 

 

10.2        Huidige middelen

 

10.2.1    Organisatie

Het College van kerkrentmeesters bestaat uit vijf leden waarvan drie leden ouderling-kerkrentmeester zijn.

 

10.2.2    Personele zaken

De gemeente wordt verzorgd door een predikant.

 

10.2.3    Financiële middelen

De uitgaven van het College van kerkrentmeesters worden voor ruim 95% bekostigd uit levend geld. Onder levend geld wordt hierbij verstaan vaste vrijwillige bijdragen (VVB), collectes en giften. 

 

10.2.4    Informatie verstrekking

Door middel van een ‘jaarboekje’, dat met enige regelmaat wordt herzien, worden de huidige gemeenteleden op de hoogte gehouden en de nieuwe leden op de hoogte gebracht van het ‘gemeente-zijn’ en van de activiteiten die er in de gemeente plaatsvinden.

 

10.3        Aandachtspunten voor de komende jaren

  1. De inkomsten op peil houden.
  2. Veiligheid en preventieplan regelmatig herzien en onder de aandacht brengen.
  3. Communicatie tussen het College van kerkrentmeesters enerzijds en andere kerkelijke organen en personen anderzijds.

 

10.4        Beleidsvoornemens 

  1. Het verzorgen van onderhoud aan kerk en pastorie volgens het meerjarenonderhoudsplan. 
  2. Het jaarlijks vaststellen van de begroting.
  3. Elke twee jaar wordt de actie Kerkbalans gehouden.
  4. Tenminste een keer per jaar zal er een gezamenlijke bijeenkomst van een afvaardiging van de kerkenraad met het College van kerkrentmeesters zijn.
  5. Tenminste een keer per jaar nodigt het College van kerkrentmeesters de organist(en) in een vergadering uit om de stand van zaken te bespreken;
  6. Tenminste een keer per jaar geeft het College van kerkrentmeesters gelegenheid aan de tuingroep, de koster, de schoonmaakgroep en eventuele andere vrijwilligers, die onder verantwoordelijkheid van het College hun activiteiten verrichten, om met het College te spreken over de activiteiten.

 

Comments